|
1867. Kruisweg-modellen, ingeleverd door den Antwerpenaar J. van Dijk, worden afgekeurd. | 532 |
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 532
|
Drie kruiswegstaties door Jac. van Dijck, 1861 (de grote) en 1865 (de beide kleine). In de straalkapel ten zuiden van de middelste, in de H. Hartkapel dus, hangen twee kruiswegstaties, olieverf op doek, de achtste en de veertiende statie, onderscheidenlijk Jezus troost de wenende vrouwen en de Graflegging. Een groter doek hangt tegen de oostwand van de noordelijke koorzijbeuk | 370 |
|
(tevoren in de Doopkapel) en is eveneens de veertiende statie, de Graflegging. Dit laatste doek is gesigneerd: ‘J. van Dijck fecit 1861’. In 1859 verklaarde J. van Dijck, schilder te 's-Hertogenbosch, zich bereid een kruiswegstatie als proef aan het kerkbestuur te leveren, dat overwoog, dat de beste plaats voor kruiswegstaties in de straalkapellen te vinden was: in elk van de zeven konden er twee gehangen worden.193 In 1861 levert Van Dijck een statie die enige tijd in de kerk geplaatst wordt ter beoordeling door deskundigen. Het schijnt, dat vooral het grote formaat niet in de smaak valt, want een tijd later worden schetsen in klein formaat overgelegd, geschikt voor schilderijen die tegen de het hoogkoor omsluitende wand gehangen kunnen worden. Men besluit onderhandelingen te beginnen met Van Dijck voor kleinere kruiswegstaties. Drie jaar later heeft de schilder twee staties geleverd, die door het kerkbestuur niet aanvaard zijn, hoewel L. Veneman er al lijsten voor gemaakt heeft zonder dat die besteld zijn; de rekening van ƒ 104,- daarvoor wordt dan ook niet betaald. Van Dijck's proeven worden tenslotte afgekeurd, maar men besluit zijn laatste product toch maar aan te kopen voor ƒ 400,-. Jacobus van Dijck, geboren te Waalwijk op 10 september 1817, overleden te Oisterwijk op 25 april 1896, was van 1834 tot 1839 leerling van de Koninklijke School voor nuttige en beeldende kunsten te 's-Hertogenbosch, vestigde zich daarna als schilder aldaar, was van 1847 tot 1853 leerling van de Academie te Amsterdam, waar hij prijzen behaalde met een historie- en een religieus stuk. Voor de galerij van historische figuren, in opdracht van J. de Vos in 1847 vervaardigd, leverde hij de taferelen van Bonifatius en verscheidende Hollandse graven. In het dwarspand van de Sint Lambertuskerk te Helmond hangen (nog?) twee grote doeken als begin- en eindpunt van een kruisweg: Jezus in de Hof van Olijven en de Verrijzenis. In 1869 werd Van Dijck tekenleraar aan de Rijks-H.B.S. te Helmond en tevens directeur van de Stadstekenschool aldaar. In 1884 vestigde hij zich te Oisterwijk.194 | 371 |
| Noten | |
| 193. | Notulen kerkbestuursvergaderingen: voor het hele verloop: 3 juni 1859, 3 juli 1861, 3 september 1862, 10 november 1865, 6 maart 1867; in een map Administratie St. Jan in het KA een notitie van 5 mei 1867, waarin de levering van de drie proefstukken bevestigd. |
| 194. | Van Zuylen 1859, 91-92; J. Knoef, Van Romantiek tot Realisme, 's-Gravenhage 1947, 150, 161; J.J.M. Heeren, ‘Een vergeten Brabantse schilder, Jac. van Dijck (1817-1896)’, Brabantia 4 (1955), 247-251; Scheen I, 1969, 292; Catalogus tentoonstelling ‘Het Vaderlandsch Gevoel’, Rijksmuseum Amsterdam, 1978, p. 208-209, 211, 296-297, nrs 71, 72 en 74 (stukken uit de Historische Galerij De Vos, Amsterdams Historisch Museum). |
C. Peeters, De Sint Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1985) 370-371
Catalogus 'naar gothieken kunstzin' (1979) 121
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 532
C. Peeters, De Sint Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1985) 370-371